De Romaanse basiliek Sv. Marija od Mora - Vrsar
In de haven van Vrsar bevindt zich een middeleeuws monument van Romaanse architectuur in Istrië - de basiliek van Sv. Marije od Mora (St. Maria van de Zee). Oorspronkelijk, tijdens de Romeinse overheersing bevond zich op deze plaats een groter gebouw, volgens de historici, villa rustica, of een landhuis met bijgebouwen. De originele en eenvoudige kerk van Sv. Maria werd gebouwd op deze plaats in de vroege Middeleeuwen, en wel in de tweede helft van de 8ste eeuw, terwijl in de periode van 8ste tot de12de eeuw het een aantal verbouwingen en restauraties onderging.
De hedendaage architectuur van de kerk dateert uit de 12de eeuw, die blijkt uit de muren waarop zichtbare sporen zijn te zien van een wederopbouw. In de afgelopen jaren werd de kerk meerdere malen verbouwd, laatste maal gerenoveerd in 1969. De zeer monumentale basiliek , afmetingen 24.5m x 12,5 m doet denken aan oud christelijke kerken. De Kroatische kunsthistoricus Ljubo Karaman (1881-1971) schreef over deze basiliek: 'Vrsar heeft een brede drieschepige romaanse basiliek op zuilen, die bewaard is gebleven in de oorspronkelijke vorm van een kerk met een sfeer van een eenvoudig oud christelije gebouw''. De gevel is vrij eenvoudig met een rond vensters of oculus. Aan de oostzijde van de kerk bevind zich een eenvoudige klokkentoren gevormd als een Romaanse monofora ofwel een boog voor de klok die gemaakt is in de klokkengieterij Lapagna in Triëst in 1922. Half donker is het interieur en zeer indrukwekkend. Zware romaanse gewelven en monolithische ronde zuilen verdelen de kerkelijke ruimte in drie schepen met aan elke zijde drie zuilen met kapitelen met in romaanse stijl versierde bloemmotieven of palmen. De kapitelen in het onderste deel van de basiliek zijn afgerond en in het bovenste deel van vierkante vorm. Het oostelijke deel van het kerkinterieur eindigt in drie absiden. Daar de vloer, in het verleden bedekt was met grafstenen met Latijnse teksten, waarvan er één bewaard is gebleven in het presbyteriaanse deel van de kerk, niet origineel is, resp. opstaand, de pilaren kortere afmetingen aannemen, waardoor het oorspronkelijke Romaanse kerkinterieur aangetast is.
De muren van het kerkinterieur waren oorspronkelijk versierd met veelkleurige fresco's uit de 9de en 10de eeuw en volgens sommige gegevens, plaatselijke kunstenaars schilderden hen opnieuw in de eerste helft van de 16de eeuw. Sporen van fresco's zijn nog steeds gering en zijn het meest zichtbaar op de muur van de hoofdabside of bij de hoofden van de heilige karakters. Hoewel de basiliek eens een overvloed had aan een rijk artistiek inventaris, doet het nu leeg en arm aan. De kerk herbergt schilderijen van de Madonna met heiligen en de ondertekening Lat. VITORIO JERALTA. Tijdens het drie-daagse verblijf in Vrsar in 1177op weg van Venetië naar Ancona, werd er in de basiliek de mis van paus Alexander III gevierd. Naast de kerk bevond zich ooit een oud kerkhof, waarvan de resten nog zichtbaar zijn aan de noordelijke muur van het kerkhof, terwijl het nieuwe gedeelte in 1900 buiten de stad langs de weg naar de Funtana is aangelegd. Op het kerkhof, aan de rechterzijde van het zuidelijke portaal van de kerk, bevinden zich antiek-Romeinse stenen blok, versierd met slingers en kransen van bladeren en vruchten die hangen op de hoorns van osschedels. De steen werd gevonden in 1932 in het nabijgelegen gehucht Valkanela, niet ver van de Vrsar en behoorde tot een Romeins-landhuis of villa rustica uit de 12de resp. 13de eeuw. Hoewel het feit niet bevestigd is dat er toendertijd bestond, naast de basiliek zijn zichtbare overblijfselen van een oud klooster te zien die in schriftelijke documenten als Prioratum Sanctae Mariae voor het eerst genoemd worden in de tweede helft van de 12de eeuw, of meer betrouwbare informatie in 1227.
Het eerste monniken klooster was het Karmelieten (vernoemd naar de berg Karmel in Palestina), die werden vervolgd door de Turken en de Arabieren reisende door Cyprus en Sicilië en naar Europa kwamen.De Karmelieten streken neer in Vrsar, hetzij aan het einde van de 11de eeuw of aan het begin van de 12de eeuw en stichtten hier hun klooster. Met enkele onderbrekingen woonden de Karmelieten in het klooster tot het midden van de 14de eeuw. In de tweede helft van de 17de eeuw (ongeveer 1631) de Franciscanen kwam naar het klooster en verbleven hier tot 1660 toen het gesloten werd wegens een conflict tussen de monniken en de bisschop Gianbattista de Giudice van Poreč. Het onderwerp van geschil washet eigendom van de klooster bezittingen (in een ruzie de monniken doodden de Bisschop's neef). De Franciscanen renoveerden het oude kloostergebouw in barokstijl. Op de begane grond waren er wijnpersen, olijfmolens en opslagruimten voor landbouwproducten. Nadat de Franciscanen waren vertrokken voor enige tijd (tot 1732) het Seminarium (de school voor priesters) werd gehouden in het klooster. De gevel dateert uit de 17de eeuw is bewaard gebleven tot op heden.








